Het stadhuis dateert uit 1601 en is een fraai voorbeeld van de Hollandse renaissancestijl. Pronkstuk van het stadhuis is de Schepenenkamer. In deze kamer vond van oudsher de rechtspraak van de stad Naarden plaats. Tegenwoordig is deze echter in gebruik als trouwzaal. 

In de inrichting zijn echter nog steeds de vierhonderd jaar oude elementen te zien zoals de grote Schouw, balie en meubilair. De Schepenenkamer is rondom betimmerd met eikenhout, zogenaamd wagenshot. De draagbalken zijn gezaagd uit eikenbomen, die afkomstig zijn uit het allang verdwenen oerbos van het Gooi, het Gooierbos. Uit het plafond steken twee kollommen die voorzien zijn van een katrol, deze werden vroeger gebruikt toen de schout en schepenen nog recht spraken in deze zaal. Na de uitspraak trok de schout aan het schellekoord, dat via de katrollen naar het wachtlokaal liep. Daar ging de bel over om de soldaten te ontbieden die de gevangene weg moesten voeren naar het schavot. Ook bevindt zich een grote Schouw in de zaal, deze word gedragen door Ionische zuilen. 

De vuurplaat dateert van 1661 en toont een vrouwenfiguur genaamd “Terra”, de vruchtdragende aarde. Daarachter bevinden zich Delftsblauwe tegeltjes waarop kinderspelen staan afgebeeld. De gele gemetselde handvormsteentjes vertonen een visgraatmotief. Achter in de Schepenenkamer valt het Schepenengebed te lezen:
O Schepper Hoog van waarde Van Hemel en van Aarde Geeft dat Regtvaardigheid Ons steeds aan ’t Herte leijd Geen vonnis zij gestreken Als ’t geen uw mond sal spreken Geen vonnis zij geveld Als ’t geen uw woord vermeld