De toren is van het Noordhollandse type; strak en robuust. 

In 1661 kreeg de toren een spits waarboven een kroon met bal, kuis en haan. In totaal 73 meter hoog en al eeuwenlang een baken voor de scheepvaart. De kruisribben van het torenportaal steunen op beeldjes van de vier westerse kerkvaders, Augustinus, Ambrosius, Hiëronymus en Gregorius. Na 235 treden biedt de toren een weids uitzicht over de omgeving. Hij bestaat uit drie gestapelde blokken van 15 meter op een grondvlak van bijna 12 x 12 m2. De versiering bestaat uit de gebruikelijke blindnissen en tufstenen traceringen. De muren zijn ca. 1,80 m dik. In 1661 kreeg de toren een spits waarboven een kroon met bal, kuis en haan. 

In totaal 73 meter hoog en al eeuwenlang een baken voor de scheepvaart. De kruisribben van het torenportaal steunen op beeldjes van de vier westerse kerkvaders, Augustinus, Ambrosius, Hiëronymus en Gregorius. 



In de toren hangen 5 klokken in de toonhoogten e’ – g’ – a’ – b’ – d’. De laatste, de kleinste, is de oudste klok van het Gooi. Zij is gegoten in 1460 en het als randschrift:
IC.HEET.YOSÉ.EN.BID.GODE.DAT.HI.NERDEN.WIL.BEHODEN.VOR.BRAND.PEST.ENDE.ONWEREN.O.DAT.SI.HEN.METGODE.GHENERE.STEVEN.BUTENDIIC.FECIT
De grootste klok is een kopie van de klok die in 1928 gegoten werd door Maître Francois Simon uit Lotharingen. Deze werd in 1943 door de Duitsers geroofd. Van het gipsafgietsel is in Aarle Rixtel een nieuwe klok gegoten.